> nieuws

Nieuws

 
24 april 2019

Nico Brink 35 jaar bestuurslid

Nico Brink zit sinds 1984 in het bestuur van Stichting De Houten Haarlemmer. Dit jaar is hij dus 35 jaar bestuurslid. Brink was in het verleden onder meer landschapsarchitect bij de gemeente Haarlem. Vorig jaar werd op deze site een uitgebreid interview gepubliceerd met Nico Brink, waarin hij vertelt over ontstaan en ontwikkeling van De Haarlemmer Hout.

Sinds de aanleg in 1584 heeft de Haarlemmerhout een hoop veranderingen ondergaan. Van een geometrisch bos dat werd geplant om de Haarlemmers van hout te voorzien, tot een groen stadsparadijs. Waar het driehonderd jaar geleden ook nog eens wemelde van de kroegen. Als landschapsarchitect bij de gemeente Haarlem deed Nico Brink uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van de Hout. Het gedreven bestuurslid van Stichting de Houten Haarlemmer kan er uren over vertellen.

En dat doet hij ook, als ik hem vraag naar de historie van het ruim vierhonderd jaar oude bos. Of is het bos al vijftienhonderd jaar oud, zoals sommige bronnen melden? “Het bosgebied is vijftienhonderd jaar geleden ontstaan,” verduidelijkt Brink. “Maar het werd volledig gekapt tijdens het Spaanse beleg in 1572. In 1584 startte de herplanting, in renaissancestijl, met lanen in dichte patronen. Lange rijen linden, iepen en beuken. Geen eiken, want die groeiden te langzaam. Het hout werd gebruikt voor de bouw van huizen en als brandstof.”

Al snel na de aanleg ontdekte de Haarlemse bevolking de recreatieve waarde van het groene gebied. “De mensen woonden binnen de stadsmuren, zonder riolering of openbaar groen. Ze gingen naar de Hout om de schaduw op te zoeken en even weg te zijn uit de stank van de stad.”

Maar niet alleen de verfrissende natuur trok de Haarlemmers massaal richting de Hout. Ook het aangrenzende Heemstede had een magnetische werking, om eveneens recreatieve redenen. “Heemstede stelde weinig voor, het was één kerk en een paar huizen, maar het grondgebied strekte zich destijds uit tot aan het huidige vlooienveld. Het dorp had zo´n grote aantrekkingskracht omdat er geen belasting werd geheven op alcohol. Tegenover Dreefzicht vond je overal kroegen, heel Haarlem liep ernaartoe voor de goedkope drank. Onder het genot van een borrel keken ze naar de mooie beplante lanen en de pantoffelparade. En naar mate de drank vorderde, groeide de waardering voor de Hout alleen maar verder.”

In het begin van de zeventiende eeuw verdween het belang van houtwinning. Voor de bouw van huizen ging men steeds meer gebruik maken van bakstenen en tegelijkertijd werd turf de voornaamste brandstof. In de Haarlemmerhout kwam de nadruk daardoor nog meer te liggen op de recreatiemogelijkheden en de schoonheid van het bos. “De lanen werden versmald en de bomen kwamen verder uit elkaar te staan, waardoor ze dikkere stammen kregen. Een prachtig gezicht, de grootste beuken hadden de uitstraling van immense kathedralen.”

De strakke patronen van weleer werden aan het begin van de negentiende eeuw nog verder doorbroken. “Alles wat recht was werd krom. Onder leiding van landschapsarchitect Zocher deed de Engelse Landschapsstijl zijn intrede, met heuvelachtige patronen en een diversiteit aan landschapstaferelen. Lanen werden onderbroken met korte bogen. Het gaf een gevoel van oneindigheid, je moest er kunnen verdwalen. Een bezoek aan de Hout voelde als een bezoek aan de Hof van Eden.”

“De Hout begon steeds meer op een natuurlijk bos te lijken en de inwoners van Haarlem wilden dat graag zo houden. Maar toen kwam Leonard Springer. Dat was een werkloze tuinarchitect die in een goed blaadje stond bij de toenmalige burgemeester Jacob Boreel. Begin twintigste eeuw werd hij aangesteld om de Hout te reorganiseren, vanwege zogenaamd achterstallig onderhoud. De Haarlemmerhout was inmiddels een vermaard stadsbos, maar Springer veranderde resoluut het fraaie bomenbestand. Hij verving volwassen inheemse bomen door exotische soorten, verhardde de paden en plaatste hekken die bloemheesters, perkjes en graskanten afschermden. Betreding was niet meer toegestaan, parkwachters hielden strikt toezicht. De Haarlemmers waren woedend, iedere boom die omging leidde tot protesten. De ingezonden brievenrubriek van het Haarlems Dagblad stond destijds vol met meedogenloze scheldpartijen aan het adres van Springer, die zich zelf ook niet onbetuigd liet.”

Het verzet van de inwoners kon niet voorkomen dat het reorganisatieplan grotendeels werd uitgevoerd, waarbij tot in de jaren zestig stelselmatig oudere bomen werden verwijderd. Nadat in 1962 de driehonderd jaar oude linden van de Spanjaardslaan werden gekapt, was de maat vol, herinnert Brink zich. “De mensen hingen in de bomen, het was zelfs in de grote landelijke bladen voorpaginanieuws. De protesten waren zo hevig dat de Hout in 1969 tot Rijksmonument is verklaard.”

In de jaren 80 was het bos opnieuw in gevaar, ditmaal door verzuring van de bodem. Brink was een paar jaar eerder benoemd tot landschapsarchitect bij de gemeente Haarlem. Hij drong bij het stadsbestuur aan op investering in het herstel van de Hout. “Maar een van de wethouders lag dwars. Ik heb toen een bevriende journalist gebeld, die het verhaal nog wat aandikte. ‘De Hout is stervende’, schreef hij op de voorpagina van het Haarlems Dagblad. Ik moest me direct melden bij de wethouder en kreeg een berisping. Maar drie weken later werd door de gemeenteraad een ruim budget voor de renovatie van de Hout vrijgemaakt. We zijn tot 2005 bezig geweest met het terugbrengen van de natuurlijke cyclus en variatie in het bos. Ik zie het herstellen van de Hout als het hoogtepunt van mijn carrière.”


Terug
Meer informatie Facebook
contact maandblad sitemap
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2019 De Houten Haarlemmer